ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4354
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis wegens voldoende verdenking
Verzoekster werd op 2 juli 2005 aangehouden en in verzekering gesteld op Schiphol wegens verdenking van overtreding van artikel 197a Sr, in verband met het reizen met een persoon die een vervalst paspoort gebruikte. Na onderzoek en diverse verklaringen van betrokkenen werd duidelijk dat verzoekster betrokken was bij de illegale inreis en doorreis van de vrouw met het vervalste paspoort.
De strafzaak tegen verzoekster eindigde op 29 september 2005 met een vrijspraak door de politierechter. Verzoekster vroeg vervolgens vergoeding van schade wegens de 84 dagen durende voorlopige hechtenis. De rechtbank beoordeelde het verzoek op basis van het dossier, verklaringen en het procesverloop.
De rechtbank oordeelde dat ten tijde van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis voldoende ernstige bezwaren en verdenking aanwezig waren, en dat verzoekster de vrijheidsbeneming in overwegende mate aan zichzelf te wijten had. Daarom ontbraken gronden van billijkheid voor vergoeding en werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van schade wegens ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis wordt afgewezen.