ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2843
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Guinau
- A.J. Medze
- A.P.W. Duijkersloot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid waarderingskosten Wet WOZ jaren 1999-2002 en toepassing vangnetregeling
De gemeente Waterland heeft een geconsolideerde kostenopstelling ingediend voor de waarderingskosten in het kader van de Wet WOZ over de jaren 1999 tot en met 2002. De Waarderingskamer heeft deze kosten beoordeeld aan de hand van een vangnetregeling en een systeem van benchmarking, waarbij onder meer een maximum uurloon van €54,15 werd gehanteerd.
De gemeente betwistte de systematiek en het vastgestelde uurloon, stellende dat het gehanteerde maximumtarief niet redelijk was. De rechtbank overwoog dat de wetgever de Waarderingskamer een ruime beoordelingsvrijheid heeft gegeven bij de uitleg van het begrip 'redelijkerwijs gemaakte kosten', waardoor slechts een marginale toetsing mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de gehanteerde systematiek en het maximumuurloon niet onredelijk zijn, mede omdat de Waarderingskamer de mogelijkheid bood tot individuele onderbouwing van hogere kosten. De bezwaren tegen de vergelijking met andere gemeenten werden niet relevant geacht omdat dit geen gevolgen had voor de kosten die de gemeente bij andere afnemers in rekening bracht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente Waterland tegen het besluit over de waarderingskosten is ongegrond verklaard.