ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2836
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Guinau
- A.J. Medze
- A.P.W. Duikersloot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid waarderingskosten Wet WOZ over 1999-2002 en toepassing vangnetregeling
De gemeente Haarlem heeft een geconsolideerde kostenopstelling ingediend voor de waarderingskosten in het kader van de Wet WOZ over de jaren 1999 tot en met 2002. De Waarderingskamer heeft deze kostenopstelling deels geaccordeerd en een lager bedrag vastgesteld dan door de gemeente opgegeven. De gemeente maakte bezwaar tegen het besluit, met name tegen het gehanteerde maximum uurloon en de systematiek van beoordeling van de redelijkheid van de kosten.
De rechtbank overweegt dat de Wet WOZ en het Uitvoeringsbesluit een beoordelingsvrijheid aan de Waarderingskamer geven bij de vaststelling van redelijke waarderingskosten. De rechtbank past een marginale toetsing toe en oordeelt dat de Waarderingskamer deze beoordelingsvrijheid niet heeft overschreden. Het maximale uurloon is gebaseerd op een gemiddelde van 140 gemeenten en wordt als redelijk beschouwd. De gemeente heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor een hoger uurloon.
De rechtbank wijst ook de bezwaren tegen de gehanteerde vergelijkingscriteria met andere gemeenten af, omdat deze vergelijking geen gevolgen had voor de kostenverrekening bij andere afnemers. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente tegen het niet volledig accorderen van de waarderingskosten wordt ongegrond verklaard.