ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2415
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omgangsregeling tussen vader en kinderen wegens afwijzende houding vader
De moeder verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en zijn kinderen uit een eerdere relatie. Gedurende zes jaar had er geregeld omgang plaatsgevonden, maar de vader staat nu volledig afwijzend tegenover elke vorm van omgang zolang de moeder daarbij direct of indirect betrokken is.
De vader gaf aan dat contact met de moeder agressie en aversie oproept die hij niet kan beheersen, waardoor omgang met de kinderen niet mogelijk is. Hij wil de kinderen wel een brief schrijven om zijn liefde te uiten en af en toe telefonisch contact onderhouden, maar weigert fysieke omgang. De moeder benadrukte dat de kinderen behoefte hebben aan fysiek contact en dat het verdriet van de kinderen door het gebrek aan omgang groot is.
De rechtbank oordeelde dat de vader de belangen van zijn kinderen uit het oog verliest en onvoldoende inzicht toont in de gevolgen van het ontbreken van contact. Het enkele feit dat de vader telefonisch contact wil, voldoet niet aan de behoefte van de kinderen aan fysieke omgang. Daarom acht de rechtbank het niet in het belang van de kinderen om een omgangsregeling vast te stellen en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen vanwege de afwijzende houding van de vader.