ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2060
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Incidenteel logeren levert geen ter beschikking stellen eigen woning aan derde voor belastingdoeleinden
Eiser, eigenaar van een woning waarin hij met zijn gezin woonde, verhuisde in 2002 naar Curaçao voor werk, terwijl zijn twee zonen in de woning bleven wonen. De vriendin van een van de zonen stond ingeschreven op het adres, maar verbleef slechts incidenteel in de woning.
De Belastingdienst corrigeerde het inkomen door de woning vanaf 17 december 2002 niet langer als eigen woning aan te merken, omdat zij meende dat de woning aan een derde ter beschikking was gesteld. Eiser maakte bezwaar en stelde dat incidenteel logeren geen ter beschikking stellen inhoudt.
De rechtbank stelde vast dat het feit dat de vriendin was ingeschreven op het adres onvoldoende bewijs is voor feitelijk verblijf of beschikking over de woning. Het incidenteel logeren en het feit dat de vriendin een eigen kamer bij haar vader had, maakten dat er geen sprake was van ter beschikking stellen aan een derde.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de proceskosten aan eiser toegekend. De uitspraak bevestigt dat tijdelijk en beperkt verblijf van derden niet leidt tot verlies van de kwalificatie eigen woning voor de inkomstenbelasting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag door de woning als eigen woning aan te merken vanaf 17 december 2002.