ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1420
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- De Groot
- Patijn
- Terwiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende partijdigheid in voorlopige hechteniszaak
Verzoeker heeft op 13 oktober 2006 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters van de meervoudige kamer in een strafzaak betreffende de voorlopige hechtenis. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid van de rechters, omdat volgens verzoeker de rechtbank te veel de zijde van het openbaar ministerie zou kiezen.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de subjectieve en objectieve toets voor wraking. De subjectieve toets vereist dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, terwijl de objectieve toets kijkt naar de schijn van partijdigheid vanuit het oogpunt van een redelijke derde.
Na bestudering van de dossierstukken, de motivering van de meervoudige kamer en de zitting, concludeert de wrakingskamer dat de rechtbank haar beslissing tot afwijzing van het verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis zorgvuldig heeft gemotiveerd. Er is geen sprake van een prematuur oordeel over schuld of bewijs, noch van een vooringenomen houding jegens verzoeker.
De wrakingskamer acht de aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende om de onpartijdigheid van de rechters te betwijfelen. Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van gegronde aanwijzingen voor onpartijdigheid.