ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1366
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Onterechte berisping en rectificatie na beëindiging arbeidsovereenkomst leidinggevende
Een leidinggevende werkneemster heeft haar arbeidsovereenkomst bij de Rabobank opgezegd vanwege een nieuwe betrekking. Tijdens de opzegtermijn kreeg zij een berisping opgelegd door de werkgever, die deze ook intern via e-mail bekendmaakte. In onderling overleg werd het dienstverband een maand vervroegd beëindigd. De werkneemster vorderde intrekking van de berisping, rectificatie van de interne berichtgeving en schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de berisping ten onrechte was gegeven omdat de toepasselijke CAO deze maatregel niet kende. De verklaring voor recht dat de berisping onterecht was, werd toegewezen evenals de vordering tot rectificatie van de interne mededeling. De gevorderde schadevergoeding werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het feit dat de werkneemster niet aannemelijk had gemaakt onder druk te zijn gezet bij de vervroegde beëindiging.
De Rabobank werd veroordeeld tot het ongedaan maken van de berisping, verwijdering uit het personeelsdossier en rectificatie van de interne communicatie, met dwangsommen bij niet-naleving. De kosten van de procedure werden aan de Rabobank opgelegd.
Uitkomst: Berisping werd onterecht gegeven en moet worden ingetrokken met rectificatie van interne communicatie; schadevergoeding werd afgewezen.