ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1189
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde van onvoorwaardelijk toegekende personeelsopties bij beursgang niet hoger dan emissieprijs
Eiseres, een biomedisch bedrijf, had in 1999 onvoorwaardelijke aandelenopties toegekend aan haar werknemers met een uitoefenprijs gebaseerd op de waarde van aandelen van €4,35, vastgesteld bij een emissie in juni 1999. Verweerder stelde echter dat de waarde van de aandelen ten tijde van toekenning in 2000 €9,46 bedroeg, wat leidde tot een naheffingsaanslag loonbelasting, boete en heffingsrente.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van de aandelen in maart, april en mei 2000 daadwerkelijk €9,46 was. De rechtbank nam daarbij mee dat de aandelen niet beursgenoteerd waren, de beursgang pas in oktober 2000 plaatsvond tegen €10 per aandeel, en dat er een aanzienlijk risico bestond dat de beursgang zou mislukken, wat een waardedrukkend effect had. Ook was het kasgeld van eiseres in die maanden fors lager dan bij de emissie in 1999.
Gelet op het ontbreken van een subsidiaire waardering door verweerder en de aannemelijkheid van de door eiseres voorgestane waarde van €4,35 per aandeel, volgde de rechtbank eiseres. De naheffingsaanslag, boete en heffingsrente werden vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag en boete en volgt de waardering van €4,35 per aandeel.