ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1143
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking WWB-uitkering wegens werkzaamheden als zelfstandige
Verzoeker ontving een WWB-uitkering die met terugwerkende kracht per 1 februari 2006 werd ingetrokken door verweerder, het College van Burgemeesters en Wethouders van de gemeente Beverwijk. Verweerder vermoedde dat verzoeker ondanks zijn uitkering werkzaamheden als zelfstandige verrichtte, wat verzoeker ontkende.
Na onderzoek, waaronder huisbezoeken en gesprekken met de vestigingsmanager van een opslagbedrijf, bleek verzoeker meerdere keren per week een opslagbox te bezoeken en grote hoeveelheden kruiden en specerijen te beheren. Ook werd vastgesteld dat hij beschikte over een bestelbus, hoewel deze niet meer op zijn naam stond. Verzoeker kon geen aannemelijke verklaring geven voor deze bevindingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder op grond van deze feiten terecht mocht concluderen dat verzoeker arbeid als zelfstandige verrichtte en dat het aan verzoeker was om het tegendeel te bewijzen. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang en het voorlopige oordeel dat de intrekking terecht was, werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WWB-uitkering wordt afgewezen.