ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1075
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot ontruiming dienstwoning na strafontslag opzichter Staatsbosbeheer
De zaak betreft een voormalig opzichter van Staatsbosbeheer die na het opleggen van onvoorwaardelijk strafontslag werd aangesproken om zijn dienstwoning te verlaten. Hoewel hij zich beroept op een vermeende wijziging in het beleid omtrent dienstwoningen, is gebleken dat er geen formeel besluit is genomen om de status van zijn woning te wijzigen.
De rechter stelt vast dat de woning sinds 1987 als dienstwoning is toegewezen en dat Staatsbosbeheer dit steeds heeft bevestigd, onder meer door inhoudingen op het salaris en het verstrekken van voorschriften. De brief van het regiohoofd uit 1995 waarin een mogelijk beleidswijziging werd aangekondigd, kon geen rechten scheppen omdat een definitief besluit van de directeur ontbrak.
Verder oordeelt de rechtbank dat het feit dat het strafontslag nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, niet betekent dat de opzichter de woning mag blijven bewonen, omdat hij niet langer in zijn functie werkzaam is. Een belangenafweging leidt ertoe dat het belang van Staatsbosbeheer om een scheiding aan te brengen tussen de woning en de voormalig opzichter zwaarder weegt dan diens belang om te blijven wonen.
De rechter veroordeelt de opzichter tot ontruiming van de woning uiterlijk 1 februari 2007 en wijst het verzoek om machtiging van de sterke arm af als overbodig.
Uitkomst: De voormalig opzichter wordt veroordeeld tot ontruiming van de dienstwoning uiterlijk 1 februari 2007.