ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1026
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens invoer van bijna 4,9 kg cocaïne met vormverzuim bij aanhouding
Op 22 juni 2006 werd verdachte op Schiphol aangehouden op basis van betrouwbare CIE-informatie over zijn vlucht en vermoedelijk bezit van verdovende middelen. De rechtbank constateerde een ernstig vormverzuim bij de aanhouding, omdat deze niet plaatsvond op bevel van de officier van justitie terwijl dit wel had moeten gebeuren. Dit vormverzuim was echter niet herstelbaar.
Desondanks werd vastgesteld dat de inbeslagneming van de rugzak met cocaïne correct was uitgevoerd en het onderzoek pas na inbeslagneming plaatsvond, waardoor geen sprake was van een vormfout bij het bewijs van de cocaïne zelf. Verdachte werd wettig en overtuigend bewezen dat hij bijna 4,9 kilogram cocaïne had ingevoerd, bestemd voor handel.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar was en hield rekening met zijn verleden, zijn medewerking en de ernst van het feit. Hij werd veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden diverse aan verdachte toebehorende voorwerpen verbeurd verklaard. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, voor het invoeren van bijna 4,9 kilogram cocaïne.