ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9816
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wegens vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen
In deze kort geding procedure vordert de gedetineerde, verblijvend in het huis van bewaring, onmiddellijke invrijheidstelling wegens een vermeende te lange detentie.
De detentie betreft een periode van acht dagen langer dan de opgelegde vrijheidsstraf, welke periode de gedetineerde wil verrekenen met de resterende detentie tot 12 oktober 2006. Deze resterende detentie is echter een vervangende hechtenis in verband met het niet voldoen aan schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van het slachtoffer.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de analoge toepassing van art. 90 lid 4 Sv Pro, waarop de gedetineerde zich beroept, niet aan de orde is omdat de bijzondere omstandigheden daarvoor ontbreken. De aard van de vervangende hechtenis, die dient als prikkel tot nakoming van de schadevergoedingsplicht, staat verrekening niet toe.
Verder doet het niet ter zake dat strafzaken niet zijn gevoegd of dat er een verzuim is in de mindering van voorarrest op een opgelegde werkstraf. De vordering wordt afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.