ECLI:NL:RBHAA:2006:AY8632
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde bepaling kantoorpand in verhuurde staat per 1 januari 2001 voor belastingaangifte
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een BV, stelde de waarde van een aan zijn BV ter beschikking gesteld kantoorpand per 1 januari 2001 in zijn belastingaangifte hoger vast dan de door de Belastingdienst gehanteerde waarde in verhuurde staat. De Belastingdienst accepteerde een lagere waarde gebaseerd op een gezamenlijke taxatie. Eiser betwistte deze waardering en beriep zich onder meer op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de waarde in het economisch verkeer per 1 januari 2001 moet worden vastgesteld uitgaande van de feiten en omstandigheden op dat moment, waaronder de bestaande huurovereenkomst die het pand in verhuurde staat hield. De rechtbank verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen bindende toezegging of bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst was gebleken.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van € 190.000 in verhuurde staat juist is en dat de afschrijving over 2002 op € 4.271 moet worden berekend. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het belastbaar inkomen uit werk en woning werd vastgesteld op € 50.394.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de waarde van het pand per 1 januari 2001 wordt vastgesteld op € 190.000 in verhuurde staat.