ECLI:NL:RBHAA:2006:AY7092
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kostenvergoeding bij bezwaar tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2005
Eiseres maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2005, waarbij zij tevens verzocht om vergoeding van de kosten die zij had moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar. De voorlopige aanslag werd verminderd tot nihil, maar het verzoek om kostenvergoeding werd niet beslist. Eiseres stelde daarop beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures in beginsel niet van toepassing is op bezwaarschriften tegen voorlopige aanslagen, omdat deze gebaseerd zijn op schattingen en niet leiden tot onrechtmatigheid wanneer zij worden herroepen. In dit geval was de voorlopige aanslag echter niet gebaseerd op een schatting, maar op de aangifte van eiseres zelf. De rechtbank concludeerde dat verweerder niet onrechtmatig had gehandeld bij het vaststellen van de aanslag.
Desondanks had verweerder nagelaten te beslissen op het verzoek om kostenvergoeding, ondanks herhaalde verzoeken van eiseres. De rechtbank veroordeelde daarom verweerder in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €322, en wees de Staat der Nederlanden aan als de partij die deze kosten moet vergoeden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie binnen de wettelijke termijnen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €322.