ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6196
Rechtbank Haarlem
- Hoger beroep
- A.J. van der Meer
- S. Sicking
- W.S.J. Thijs
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens herhaalde schending non-concurrentiebeding
In deze arbeidszaak vordert Y. vernietiging van het vonnis van de kantonrechter dat zijn ontslag op staande voet wegens schending van het non-concurrentiebeding rechtmatig verklaarde.
De rechtbank stelt vast dat Y. na 1 januari 2000 herhaaldelijk onder de naam MaSa of via andere verbanden concurrerende activiteiten heeft verricht, ondanks het verbod in de joint venture-overeenkomst. Diverse e-mailberichten, facturen en andere stukken tonen aan dat Y. actief bleef optreden als expediteur/transportagent namens MaSa, terwijl hij tevens operationeel directeur was van Dimerco.
Y. betoogt dat hij met medeweten van Dimerco handelde en dat het gebruik van MaSa-naam en e-mailadres gerechtvaardigd was, maar deze stellingen worden door de rechtbank niet overtuigend geacht. De periode van beraad en overleg voor het ontslag wordt als redelijk beoordeeld, en het ontslag wordt als onverwijld gegeven beschouwd.
De rechtbank concludeert dat de herhaalde schending van het non-concurrentiebeding een voldoende dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. De vorderingen van Y. worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van Y. wegens herhaalde schending van het non-concurrentiebeding wordt bekrachtigd.