ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6088
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering Ziektewetuitkering wegens vermeende benadelingshandeling door te laat komen
Eiser was sinds 1995 in dienst bij zijn werkgever en werd ontslagen per 1 juni 2005 vanwege veelvuldig te laat komen, wat essentieel was voor het productieproces. Na zijn ziekmelding per 27 december 2004 weigerde het UWV hem een Ziektewetuitkering toe te kennen, stellende dat eiser een benadelingshandeling had gepleegd door zijn gedrag dat tot ontslag leidde.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij niet verwijtbaar had gehandeld en dat er geen voorzienbaar verband bestond tussen zijn gedrag en arbeidsongeschiktheid. De rechtbank toetste dit aan jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, die vereist dat een voorzienbaar verband moet bestaan tussen het gedrag dat tot ontslag leidde en het intreden van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank concludeerde dat eiser in de periode van verwijtbaar gedrag niet arbeidsongeschikt was en dat niet was gesteld of gebleken dat arbeidsongeschiktheid voorzienbaar was. Daarom was geen sprake van een benadelingshandeling in de zin van artikel 45 ZW Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd.