ECLI:NL:RBHAA:2006:AY5341
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.E. Patijn
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering pensioenpremie en declaratie na dienstverband
Eiser was van 1 april 2000 tot 1 juni 2005 in dienst bij gedaagde als project engineer. Na beëindiging van het dienstverband ontstond discussie over financiële afwikkeling, waaronder niet genoten vakantiedagen, wettelijke verhoging, declaratie, kinderopvangbijdrage en ingehouden maar niet afgedragen pensioenpremie.
De kern van het geschil betrof de vraag of de CAO voor architectenbureaus of het Handboek Personeelsregelingen (HBPR) van gedaagde primair van toepassing was. De kantonrechter oordeelde dat de CAO niet van toepassing was omdat gedaagde geen architectenbureau is en ook geen lid van de CAO-partij. Het HBPR geldt als primaire regeling, tenzij dwingendrechtelijke bepalingen in de CAO van toepassing zijn, wat hier niet het geval was.
Daarom werden de vorderingen op basis van de CAO voor vakantiedagen en kinderopvang afgewezen. Wel werd de declaratie van eiser en de vordering tot vergoeding van pensioenschade wegens niet afgedragen pensioenpremie toegewezen. Gedaagde kon haar stelling dat pensioenpremies wel waren afgedragen niet onderbouwen. De pensioenschade werd vastgesteld op €4417 netto, vermeerderd met een declaratie van €29,40 en buitengerechtelijke kosten van €788,40.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen met wettelijke rente en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van pensioenpremies, declaratie en buitengerechtelijke kosten, maar vakantiedagen en kinderopvangbijdrage worden afgewezen.