ECLI:NL:RBHAA:2006:AY3923
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Dijk
- Greeve
- Hoogland
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van beroepsmatige discriminatie op grond van ras
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij in februari 2002 als directeur/eigenaar van een assurantiekantoor in Zaandam werknemers van Turkse en Marokkaanse afkomst discrimineren door het uitzendbureau te verzoeken geen mensen van die afkomst te leveren.
De verdediging voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, waaronder overschrijding van de redelijke termijn en verjaring van het ten laste gelegde feit onder de lex specialis, maar de rechtbank verwierp deze verweren. Artikel 137g Sr werd als gekwalificeerde specialis van artikel 429 quater Pro Sr beschouwd, waardoor vervolging niet verjaard was.
Het bewijs bestond uitsluitend uit de verklaring van een betrokkene, een vestigingsmanager van het uitzendbureau, die niet direct betrokken was bij het gesprek en onvoldoende concrete kennis had van de opdracht. Hierdoor kon de rechtbank het ten laste gelegde feit niet bewezen achten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van beroepsmatige discriminatie wegens onvoldoende bewijs. De vordering van het OM tot oplegging van een geldboete en taakstraf werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van beroepsmatige discriminatie.