ECLI:NL:RBHAA:2006:AX9662
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.I. Rood
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid en schadevergoeding bij opschortende voorwaarde in luchtvaartovereenkomst
Transavia en Lemon Travel sloten een overeenkomst voor het uitvoeren van 18 vluchten van Amsterdam naar Tanger/Nador in de zomer van 2004. Lemon Travel stelde dat de overeenkomst onder een opschortende voorwaarde stond, namelijk het verkrijgen van een lijnvluchtvergunning, en dat zij daarom de overeenkomst mocht opzeggen. De rechtbank oordeelde dat ook een onder opschortende voorwaarde gesloten overeenkomst niet eenzijdig kan worden opgezegd en dat de voorwaarde niet onmogelijk was vervuld.
Lemon Travel had de vluchten eenzijdig opgezegd, wat onrechtmatig was. Transavia vorderde schadevergoeding voor de gederfde winst, maar de precieze schade moest nog worden vastgesteld. Lemon Travel betwistte de hoogte van de winst en stelde dat Transavia geen schade had geleden omdat de vergunning niet tijdig verkregen kon worden, wat niet werd bewezen.
De rechtbank bepaalde dat Transavia het bewijs van haar schade moet leveren en dat getuigenverhoren zullen plaatsvinden. Verder bepaalde de rechtbank dat Transavia voldoende inspanningen had verricht om de schade te beperken door 13 van de 18 vluchten door te verkopen. Lemon Travel mocht de schade niet beperken door te stellen dat Transavia de overgebleven vluchten niet voldoende had aangeboden.
De rechtbank hield verdere beslissing aan en droeg Transavia op de schade te bewijzen. Het vonnis werd gewezen door mr. J.I. Rood op 31 mei 2006.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst rechtsgeldig is en draagt Transavia op de schade te bewijzen wegens onrechtmatige opzegging door Lemon Travel.