ECLI:NL:RBHAA:2006:AX9578
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Steenmetser-Bakker
- Van Dijk
- Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer cocaïne via Schiphol
De rechtbank Haarlem heeft op 11 april 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het medeplegen van invoer van cocaïne. Verdachte ontkende het bij zich hebben van een rolkoffer bij aankomst vanuit Mexico, maar maakte verder gebruik van zijn zwijgrecht. De rechtbank achtte de invoer van een niet onderschept transport van cocaïne door verdachte bewezen op basis van observaties van verbalisanten, overeenkomsten met een eerder transport en telefooncontacten.
De rechtbank stelde vast dat verdachte en een medeverdachte, die eveneens uit Mexico kwam, elk een rolkoffer bij zich hadden bij aankomst, maar deze niet meer bij zich hadden bij de bagageband. De situatie vertoonde sterke overeenkomsten met een ander cocaïnetransport op 27 januari 2006, waarbij betrokkenen werden aangehouden met koffers vol cocaïne. Telefonische contacten tussen verdachte en andere betrokkenen ondersteunden de conclusie dat verdachte deel uitmaakte van dezelfde criminele organisatie.
De medeverdachte verklaarde dat de koffers verdovende middelen bevatten en dat zij voor het transport een beloning tussen 7.000 en 9.000 euro zouden ontvangen, wat duidt op een hoeveelheid van minimaal twee kilogram cocaïne per koffer. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte op 10 december 2005 opzettelijk cocaïne heeft ingevoerd en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens werden het telefoontoestel, het vliegticket en de instapkaart verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf wegens medeplegen invoer van circa twee kilogram cocaïne.