ECLI:NL:RBHAA:2006:AX8922
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en declaratiegeschil tussen advocaat en cliënte
In deze civiele zaak vordert mr. P.M. S. c.s. betaling van €17.862,28 van N. voor werkzaamheden in twee procedures tegen haar voormalige werkgevers. N. betwist de vordering deels en stelt dat de eerste procedure financieel is afgewikkeld en dat de tweede procedure op basis van 'no cure, no pay' werd gevoerd, waardoor geen vergoeding verschuldigd zou zijn.
N. verzoekt de rechtbank zich onbevoegd te verklaren, stellende dat een geschil over de hoogte van de declaratie alleen via de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten kan worden beslecht. De rechtbank oordeelt echter dat de artikelen 32-40 Wet tarieven in burgerlijke zaken alleen van toepassing zijn op geschillen over de hoogte van declaraties, niet op andere betwistingen zoals hier.
De rechtbank wijst de incidentele vordering tot onbevoegdheid af en veroordeelt N. in de proceskosten. Tevens wordt een comparitie bevolen om nadere inlichtingen te verkrijgen, de standpunten van partijen te bespreken en te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is. Partijen worden verplicht binnen twee weken hun beschikbaarheid op te geven voor de comparitie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de incidentele vordering tot onbevoegdheid af, veroordeelt N. in de proceskosten en beveelt een comparitie.