ECLI:NL:RBHAA:2006:AX2456
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding
Verzoekster diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering die door verweerder werd afgewezen op grond van het vermoeden dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met een ander persoon, mede gebaseerd op een gezamenlijke huurovereenkomst en eerdere verklaringen.
Verzoekster ontkende het voeren van een gezamenlijke huishouding en stelde dat de financiële steun van de ander slechts tijdelijk en als voorschot was, terwijl ook andere personen haar financieel ondersteunden. De voorzieningenrechter achtte de verklaring van verzoekster aannemelijk en vond dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke situatie.
Gezien de verstreken tijd sinds het bezwaar, de financiële problemen van verzoekster en het ontbreken van een standhoudend besluit in bezwaar, werd de onverwijlde spoed voor het treffen van een voorlopige voorziening vastgesteld. De voorzieningenrechter droeg verweerder op om bij wijze van voorschot bijstand te verlenen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt opgedragen bij wijze van voorschot bijstand te verlenen.