ECLI:NL:RBHAA:2006:AW5750
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.C. Monster
- Rechtspraak.nl
Vordering tot gedogen afdichten invliegopeningen vleermuizen in voormalig gasfabriekcomplex
De Gemeente Zaanstad is eigenaar van het voormalige gasfabriekcomplex te Krommenie, dat door de Stichting tot behoud van het voormalige gasbedrijf wordt gebruikt. In het complex verblijft een kolonie gewone dwergvleermuizen, een beschermde diersoort. De Gemeente wil het complex medio juli 2006 slopen en heeft een ontheffing van de Flora- en faunawet gekregen, waarbij het afdichten van invliegopeningen vóór 1 april 2006 verplicht is om te voorkomen dat vleermuizen tijdens de sloop worden gehinderd.
De Stichting weigert medewerking aan het afdichten van de invliegopeningen omdat zij vreest dat de vleermuizen het complex ook als winterverblijf gebruiken en zo ingesloten kunnen raken. Deze vrees baseert zij op deskundigenrapporten en waarnemingen van vleermuizen in maart 2006. De Gemeente stelt dat zij met een eigen ecoloog heeft vastgesteld dat overwintering niet plaatsvindt en dat de Stichting onvoldoende bewijs levert om het tegendeel aan te tonen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Gemeente heeft voldaan aan haar verplichting om te onderzoeken of overwintering plaatsvindt en dat de Stichting onvoldoende heeft onderbouwd dat dit wel het geval is. Het belang van de Gemeente om tijdig te kunnen voldoen aan de voorwaarden van de ontheffing weegt zwaarder dan het vermoeden van de Stichting. De voorzieningenrechter veroordeelt de Stichting daarom om het afdichten te gedogen en legt dwangsommen op bij overtreding.
Uitkomst: De Stichting wordt veroordeeld om te gedogen dat de Gemeente de invliegopeningen afdicht vóór 1 april 2006, met dwangsommen bij overtreding.