ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7277
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- C.J. Baas
- Rechtspraak.nl
Huurders mogen huur opschorten wegens overlast door niet-dringende renovatiewerkzaamheden
De huurders van een pand klaagden over ernstige overlast door renovatiewerkzaamheden die door de verhuurder werden uitgevoerd. De werkzaamheden betroffen een radicale verbouwing waarbij onder meer toiletten en douches werden vernieuwd en de indeling van het pand werd gewijzigd. De huurders stelden dat deze werkzaamheden niet als dringende reparaties konden worden aangemerkt, omdat ze niet zonder nadeel konden worden uitgesteld en dat zij onvoldoende redelijk aanbod voor vervangende woonruimte hadden ontvangen.
De verhuurder betwistte dit en stelde dat het pand in slechte staat verkeerde en dat de werkzaamheden dringend waren. Ook voerde hij aan dat hij vervangende woonruimte had aangeboden, wat de huurders hadden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de omvang en aard van de werkzaamheden niet als dringende reparaties in de zin van artikel 7:220 lid 1 BW Pro konden worden beschouwd. Tevens was niet gebleken van een redelijk aanbod voor vervangende woonruimte zoals vereist in lid 2 van dat artikel.
De rechtbank stelde vast dat de huurders een spoedeisend belang hadden bij toegankelijke, bruikbare en schone voorzieningen zoals douche, toilet en keuken. Daarom werd de verhuurder veroordeeld om deze voorzieningen tijdens de verbouwing toegankelijk en schoon te houden, onder dreiging van een dwangsom. De huurders mochten de huurpenningen opschorten zolang de overlast voortduurde. De vorderingen tot staking van de werkzaamheden en betaling van voorschotten werden afgewezen, mede omdat de verbouwing bijna voltooid was.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De uitspraak werd gedaan door de kantonrechter van de rechtbank Haarlem op 24 maart 2006.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot het schoon en bruikbaar houden van voorzieningen en huurders mogen huur opschorten vanwege overlast.