ECLI:NL:RBHAA:2006:AV3166
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen oproepkracht en Lowland Medical Services
Eiser, een verpleegkundige, werkte vanaf 1998 als oproepkracht via Lowland Medical Services, voornamelijk voor de GGD Nijmegen. Hij ontving salaris van Lowland, maar verrichtte nooit rechtstreeks werkzaamheden voor Lowland zelf. Op 6 februari 1999 werd eiser arbeidsongeschikt door een hersenbloeding en ontving sindsdien geen loon of ziektewetuitkering gebaseerd op een arbeidsovereenkomst met Lowland.
Eiser vorderde onder meer loonbetaling, schadeloosstelling wegens te lage WAO-uitkering en erkenning van een voortgezette arbeidsovereenkomst. Lowland betwistte het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelde dat zij slechts als payroll-organisatie fungeerde zonder gezagsverhouding.
De rechtbank oordeelde dat er geen reguliere arbeidsovereenkomst bestond, maar hooguit een uitzendovereenkomst die niet voldeed aan het 26-weken criterium voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op het moment van arbeidsongeschiktheid bestond geen arbeidsovereenkomst, waardoor geen loondoorbetalingsverplichting of recht op ziekengeld bestond. De vorderingen van eiser werden grotendeels afgewezen, behalve de verplichting voor Lowland om loonstroken over de gewerkte periode te verstrekken.
De proceskosten werden aan eiser opgelegd omdat hij overwegend in het ongelijk werd gesteld. Het vonnis werd uitgesproken door de kantonrechter B. Vogel op 1 maart 2006.
Uitkomst: Geen arbeidsovereenkomst en geen loondoorbetalingsverplichting; alleen verplichting tot verstrekken van loonstroken toegewezen.