ECLI:NL:RBHAA:2005:AU8674
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Robert
- Boekhoudt
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor onjuiste stoelverdeling en luchtwaardigheid vliegtuig
De rechtbank Haarlem behandelde de zaak van verdachte die werd vervolgd wegens het niet naleven van de juiste stoelverdeling bij een vlucht op 12 januari 2003, wat zou hebben geleid tot een te ver naar achteren gelegen zwaartepunt en een zogenoemde tailstrike.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens schending van de beginselen van een goede procesorde en onzorgvuldigheid in de vervolgingsbeslissing. De rechtbank verwierp deze verweren en stelde vast dat het OM ontvankelijk was en de vervolging niet lichtvaardig was.
De kern van de zaak betrof de vraag of het zwaartepunt van het vliegtuig door de stoelverdeling te ver naar achteren was gekomen, wat de tailstrike zou hebben veroorzaakt. Deskundige verklaringen en het dossier boden onvoldoende bewijs om deze causaliteit vast te stellen, mede omdat nadere berekeningen met meer variabelen ontbraken.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat de vervolging niet in strijd was met het algemeen belang of het proportionaliteitsbeginsel en dat de dagvaarding geldig was. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 23 december 2005.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van een te ver naar achteren gelegen zwaartepunt en het niet-luchtwaardig zijn van het vliegtuig.