ECLI:NL:RBHAA:2005:AU5460
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek hypotheekrente bij verbouwing met betaling uit eigen middelen en latere lening
Eiseres heeft in 1998 een woning laten verbouwen en een deel van de verbouwingskosten uit eigen middelen betaald. Daarna is een hypothecaire geldlening verhoogd om de verbouwing te financieren. Verweerder stelde dat een deel van de lening niet als eigenwoningschuld kon worden aangemerkt, waardoor renteaftrek werd beperkt.
De rechtbank overwoog dat navordering in dit geval geoorloofd was omdat verweerder tijdig had aangegeven de aanslag te willen corrigeren. Vervolgens werd beoordeeld of de lening was aangegaan ter verbetering van de eigen woning. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat het oogmerk van de lening bepalend is, en dat het niet noodzakelijk is dat het geleende geld direct wordt besteed.
Gezien de feiten dat de verbouwing de directe aanleiding was voor de lening en dat de aannemer al was begonnen voordat de lening was afgesloten, concludeerde de rechtbank dat de lening geheel als eigenwoningschuld moet worden beschouwd. De stelling van verweerder dat de kasstromen gevolgd moeten worden en dat een betaling uit eigen middelen het oogmerk zou doorbreken, werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres gegrond, vernietigde het bestreden besluit en stelde de belastingaanslag opnieuw vast met inachtneming van de aftrek van hypotheekrente over de volledige lening. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en acht de gehele lening als eigenwoningschuld, waardoor volledige hypotheekrenteaftrek mogelijk is.