ECLI:NL:RBHAA:2005:AU4889
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht Belgische coördinatiecentrum onder Nederlandse vennootschapsbelasting niet vastgesteld
De rechtbank Haarlem behandelde het geschil over de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd aan een Belgische coördinatiecentrum voor de jaren 1991 tot en met 1995. De inspecteur stelde dat de vennootschap in Nederland gevestigd was of daar een plaats van leiding had, terwijl eiser betoogde dat de feitelijke leiding in België was en zij niet onderworpen was aan Nederlandse vennootschapsbelasting.
De rechtbank stelde vast dat de kernactiviteiten van eiser, waaronder coördinatie als Strategic Business Unit en automatisering, daadwerkelijk in België werden uitgeoefend onder leiding van het statutaire bestuur dat grotendeels in België woonachtig was. Hoewel het concernhoofdkantoor in Nederland bepaalde adviezen en instructies gaf, was dit volgens de rechtbank onvoldoende om te spreken van een plaats van leiding in Nederland.
De rechtbank verwierp het standpunt van de inspecteur dat de feitelijke leiding vanuit Nederland werd uitgeoefend en oordeelde dat de navorderingsaanslagen vernietigd moesten worden. Tevens veroordeelde zij de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat voor de vestigingsplaats van een vennootschap de feitelijke leiding door het statutaire bestuur bepalend is.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting worden vernietigd omdat de feitelijke leiding van eiser in België lag.