ECLI:NL:RBHAA:2005:AU3174
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Van Andel
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor vernederende behandeling en onterechte vrijheidsbeneming bij verdenking Opiumwet
Op 15 september 2004 werd verzoekster aangehouden en na een bodyscan die als vernederend werd beoordeeld, in verzekering gesteld wegens verdenking van overtreding van artikel 2 van Pro de Opiumwet. De strafzaak eindigde zonder strafoplegging. Verzoekster vorderde een hogere vergoeding dan de gebruikelijke dagvergoeding wegens de vernederende behandeling en de onterechte vrijheidsbeneming.
De rechtbank oordeelde dat het voorafgaand aan de bodyscan moeten bukken voor een onderzoek van het onderlichaam als een ingrijpend en vernederend lichamelijk onderzoek moet worden beschouwd. Dit onderzoek was niet adequaat geprotocolleerd in het proces-verbaal en de bevoegdheid tot het onderzoek was onduidelijk. Gezien deze omstandigheden en de mentale impact op verzoekster achtte de rechtbank een hogere vergoeding billijk.
De rechtbank kende verzoekster daarom een vergoeding van € 2.100 toe, aanzienlijk hoger dan de gebruikelijke dagvergoeding van € 250 voor een dag vrijheidsbeneming. Het verzoek tot een hogere vergoeding werd daarmee toegewezen, terwijl overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een hogere vergoeding van € 2.100 toegekend wegens vernederende behandeling en onterechte vrijheidsbeneming.