ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0184
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen drieling tegen school inzake onderwijs en plaatsing
De drieling, geboren in 1989, stond ingeschreven op het Herbert Vissers College (HVC) en werd geconfronteerd met pesterijen en bedreigingen door medeleerlingen. Na melding aan de school heeft het HVC diverse maatregelen genomen, waaronder gesprekken met betrokken leerlingen en inschakeling van Jeugdzorg. Ondanks deze inspanningen bleef de situatie problematisch, wat leidde tot een incident op 25 maart 2004 en daaropvolgende media-aandacht.
De drieling volgde sinds 1 april 2004 geen onderwijs meer op het HVC, naar eigen zeggen vanwege onveiligheid en negatieve adviezen van de school om hen niet gezamenlijk op één andere school te plaatsen. De vader hield de kinderen thuis uit angst voor hun veiligheid. De school heeft echter nooit een besluit genomen om de drieling de toegang te ontzeggen en stelt dat de kinderen nog steeds ingeschreven staan en recht hebben op onderwijs.
De rechtbank oordeelt dat het HVC voldoende maatregelen heeft getroffen om de problemen aan te pakken en dat het niet aannemelijk is dat de school onrechtmatig heeft gehandeld. Het advies van de school aan andere scholen om de drieling niet gezamenlijk aan te nemen is gebaseerd op professioneel oordeel en rapportages, en niet evident onrechtmatig. De school kan niet worden verplicht om leermiddelen of bijlessen te verstrekken, noch om de drieling gezamenlijk op een andere school geplaatst te krijgen.
De vorderingen van de drieling worden daarom afgewezen. Tevens wordt de drieling veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de school niet aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit het niet volgen van onderwijs, aangezien dit mede het gevolg is van het handelen van de ouders.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de drieling af en veroordeelt hen in de proceskosten.