ECLI:NL:RBHAA:2005:AT7925
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Ontbindingsvergoeding valt niet in boedel bij schuldsaneringsregeling
De zaak betreft een vordering van de bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van een voormalige werknemer tegen diens voormalige werkgever. De werknemer was failliet verklaard en later onder schuldsanering geplaatst. Tijdens de schuldsaneringsregeling sloten partijen een vaststellingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst werd ontbonden en een vergoeding werd toegekend.
De bewindvoerder vorderde betaling van de ontbindingsvergoeding, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, omdat de werkgever niet betaalde. De werkgever verweerde zich met een beroep op artikel 295 lid 4 sub a Faillissementswet Pro, stellende dat de vergoeding niet tot de boedel behoort en de bewindvoerder dus geen vorderingsrecht heeft.
De kantonrechter oordeelde dat de vergoeding inderdaad niet in de boedel valt omdat deze anders dan om niet is verkregen en de prestatie van de schuldenaar niet ten laste van de boedel komt. Hierdoor is de vordering van de bewindvoerder ongegrond en wordt deze afgewezen. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de bewindvoerder wordt afgewezen omdat de ontbindingsvergoeding niet tot de boedel behoort.