ECLI:NL:RBHAA:2005:AT6689
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M. van Wassenaer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling en loonbetaling conciërge bij onduidelijkheid tijdelijke aanstelling
Eiser trad op 26 april 2004 in dienst bij KSH als conciërge, naar aanleiding van een vacature ter vervanging wegens ziekte. De zieke collega was echter al overleden bij indiensttreding. KSH stelde dat het een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betrof, maar kon dit niet aannemelijk maken omdat de voorgeschreven akte van benoeming ontbrak en er geen schriftelijke overeenkomst was.
Eiser werd op 1 februari 2005 meegedeeld dat zijn contract niet zou worden verlengd wegens disfunctioneren, hetgeen KSH niet aannemelijk kon maken. Eiser meldde zich ziek en werd vrijgesteld van werkzaamheden, maar KSH stopte vanaf april 2005 met loonbetaling. Eiser vorderde wedertewerkstelling en doorbetaling van loon.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst vermoedelijk voor onbepaalde tijd was en nog voortduurde, omdat KSH niet had bewezen dat deze rechtsgeldig was beëindigd. De vorderingen van eiser werden toegewezen, met een dwangsom voor niet-naleving, en proceskosten werden aan KSH opgelegd.
Uitkomst: KSH wordt veroordeeld tot toelating tot werk en doorbetaling van loon aan eiser met oplegging van een dwangsom.