ECLI:NL:RBHAA:2004:AS1999
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending zorgplicht Dexia bij aandelenlease leidt tot beperkte betalingsverplichting
De zaak betreft een aandelenleaseovereenkomst tussen Dexia Bank Nederland N.V. en de gedaagde, gesloten in juli 2001. De gedaagde stopte met betaling in januari 2002 waarna Dexia de overeenkomst beëindigde en een eindafrekening stuurde. Dexia vorderde betaling van de restschuld, terwijl de gedaagde de overeenkomst wilde vernietigen wegens dwaling of subsidiair Dexia aansprakelijk stelde wegens schending van haar zorgplicht.
De rechtbank oordeelde dat de gedaagde niet kon aantonen dat sprake was van dwaling, omdat zij de brochure met risico-informatie had ontvangen en had moeten begrijpen dat beleggen met geleend geld risico's met zich meebracht. Wel was Dexia tekortgeschoten in haar zorgplicht door onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële draagkracht van de gedaagde, die een laag inkomen had en al een doorlopend krediet liep.
Als gevolg van deze toerekenbare tekortkoming werd de betalingsverplichting van de gedaagde beperkt tot 10% van de restschuld, conform de redelijkheid en billijkheid uit artikel 6:248 lid 2 BW Pro. De overige vorderingen, waaronder schadevergoeding en vernietiging van de overeenkomst, werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde moet 10% van de restschuld betalen wegens schending zorgplicht door Dexia; overige vorderingen afgewezen.