ECLI:NL:RBHAA:2004:AR7486
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Ouders vorderen medewerking tot herbegraving van dochter na veroordeling echtgenoot voor doodslag
In deze zaak vorderen de ouders van een overleden vrouw dat haar echtgenoot, die is veroordeeld voor haar doodslag, medewerking verleent aan haar herbegraving. De vrouw was oorspronkelijk op naam van de echtgenoot begraven. De ouders vinden het onaanvaardbaar dat hun dochter en haar kinderen het graf delen met de veroordeelde.
De echtgenoot voert verweer met het argument dat een herbegrafenis niet in het belang zou zijn van de kinderen, maar onderbouwt dit niet en heeft bovendien al jaren geen contact meer met hen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de ouders prevaleert boven dat van de echtgenoot, mede gelet op de emotionele impact en de spoedeisendheid van de situatie.
De rechter veroordeelt de echtgenoot tot medewerking aan de herbegraving binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, onder oplegging van een dwangsom van €150 per dag bij niet-naleving, tot een maximum van €15.000. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van de ouders toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De echtgenoot wordt veroordeeld tot medewerking aan de herbegraving binnen 14 dagen met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.