ECLI:NL:RBHAA:2004:AR7280
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieplicht werknemersverzekeringen bij maaltijdverstrekking aan vliegend personeel
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over de premieplicht voor maaltijden verstrekt aan vliegend personeel in de jaren 1997-2003. Na een looncontrole stelde het UWV dat premies werknemersverzekeringen verschuldigd waren omdat de maaltijden niet in de eindheffing voor de loonbelasting waren opgenomen, aangezien eiseres ervoor koos de maaltijden nominatief toe te rekenen.
Eiseres voerde aan dat de maaltijden binnen de vrijstellingsregeling van artikel 11 van Pro de Regeling waardering loon in natura vielen en dat de eindheffing niet feitelijk hoefde te zijn toegepast om premievrijstelling te verkrijgen. Tevens betwistte zij de boete wegens vermeende opzet of grove schuld.
De rechtbank overwoog dat artikel 11 in Pro samenhang met de Uitvoeringsregeling loonbelasting vereist dat de eindheffing daadwerkelijk wordt toegepast om de waarde van verstrekkingen op nihil te stellen. Omdat eiseres de maaltijden nominatief toerekende en geen gebruik maakte van de eindheffing, waren de maaltijden geen eindheffingsbestanddelen en viel de premieplicht terecht toe.
De boete werd gehandhaafd omdat eiseres ondanks eerdere waarschuwing de maaltijden buiten de loonadministratie hield, wat opzet of grove schuld impliceert. Wel werd de correctienota over 2003 vernietigd omdat het UWV die niet langer handhaafde. De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Premies werknemersverzekeringen terecht vastgesteld voor 1999-2000, boete gehandhaafd, correctienota 2003 vernietigd.