ECLI:NL:RBHAA:2004:AR7278
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Geschil over entreeheffing en marktsegmentatie bij Beverwijkse Bazaar
In deze zaak vorderen individuele huurders van de Beverwijkse Bazaar, na niet-ontvankelijkverklaring van de winkeliersvereniging en de marktraad, dat de Beverwijkse Bazaar wordt verboden entreegeld te heffen en een beleid voor marktsegmentatie op te stellen. De vordering is gebaseerd op een overeenkomst van 25 januari 2004, waarin afspraken zijn gemaakt over entreevrijheid gekoppeld aan parkeergeld en een kortingsregeling.
De rechtbank oordeelt dat de winkeliersvereniging en de marktraad niet ontvankelijk zijn omdat zij niet voldoen aan de wettelijke vereisten voor collectieve acties en niet als rechtspersoon kunnen optreden. De individuele huurders hebben wel belang bij hun vordering. Echter, de rechtbank stelt vast dat de entreevrijheid gekoppeld was aan een kortingsregeling die nooit tot stand is gekomen, waardoor de Beverwijkse Bazaar de overeenkomst terecht buitengerechtelijk heeft ontbonden.
Verder blijkt uit de huurcontracten dat de Beverwijkse Bazaar een voorbehoud heeft voor entreeheffing, zodat het beroep op deze contracten door de huurders niet slaagt. Ook is niet aannemelijk dat de belangen van ondernemers onvoldoende zijn meegewogen. Ten slotte is geen afdwingbare verplichting tot marktsegmentatie overeengekomen en zou een dergelijk beleid mogelijk in strijd zijn met de Mededingingswet.
De voorzieningenrechter wijst daarom alle gevorderde voorzieningen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tegen de Beverwijkse Bazaar worden afgewezen en de winkeliersvereniging en marktraad zijn niet-ontvankelijk verklaard.