ECLI:NL:RBHAA:2004:AR6982
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap ondanks huwelijk en registratie
De vrouw verzocht de rechtbank Haarlem om het vaderschap van de man over hun minderjarige kind gerechtelijk vast te stellen. Partijen zijn gehuwd en het kind is geboren tijdens dit huwelijk, maar de man staat nog niet als vader vermeld in de geboorteakte. De vrouw baseerde haar verzoek op het belang van het kind, waaronder het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit en gezamenlijk gezag.
De man, de bijzonder curator en de Officier van Justitie stonden achter het verzoek. De rechtbank stelde vast dat de zaak een internationaal karakter heeft, maar dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig is en dat het kind uit dit huwelijk is geboren. Omdat het vaderschap reeds uit het huwelijk volgt, is gerechtelijke vaststelling niet nodig en zou toewijzing leiden tot bevestiging van een reeds bestaande rechtsverhouding. De rechtbank verwees naar artikel 1:24 BW Pro voor verbetering van de geboorteakte door de bevoegde rechtbank. Ook wees de rechtbank erop dat gerechtelijke vaststelling niet leidt tot gezamenlijk gezag.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af, met de mogelijkheid voor partijen om de geboorteakte te laten verbeteren bij de Rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap wordt afgewezen omdat het vaderschap reeds uit het huwelijk volgt en de geboorteakte kan worden verbeterd.