ECLI:NL:RBHAA:2004:AR6192
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- J.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ouders tot vernietiging uithuisplaatsing in justitiële jeugdinrichting
De ouders vorderden vernietiging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun zoon in een justitiële jeugdinrichting, stellende dat zij onjuist waren geïnformeerd en dat Jeugdzorg onzorgvuldig handelde. De rechtbank overwoog dat voor ingrijpen in een uitvoerbare beschikking slechts ruimte is bij een juridische of feitelijke misslag of nieuwe feiten die een andere uitspraak waarschijnlijk maken.
De Raad erkende onvoldoende duidelijkheid te hebben gegeven over de plaatsing in een justitiële inrichting, maar stelde dat dit de noodzaak tot uithuisplaatsing niet beïnvloedde. De kinderrechter onderschreef de noodzaak van de maatregel, mede omdat de zoon aangaf het naar zijn zin te hebben op Eikenstein.
De ouders brachten nieuwe feiten aan, waaronder verbeterde opvangmogelijkheden thuis en negatieve effecten van plaatsing in justitiële inrichtingen. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat een hoger beroep tot een andere uitspraak zou leiden, mede door het ontbreken van concrete informatie over de thuissituatie en het gedrag van de zoon.
De vordering werd daarom afgewezen. De rechtbank benadrukte dat een integrale belangenafweging zal plaatsvinden bij de definitieve ondertoezichtstelling en dat de ouders in de proceskosten worden veroordeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vernietiging van de machtiging uithuisplaatsing af en veroordeelt de ouders in de proceskosten.