2. De vaststaande feiten
2.1 In dit geding wordt van het volgende uitgegaan:
a. Op 7 juni 1995 hebben [eiser] en Daewoo een Daewoo dealercontract (verder: het dealercontract) gesloten.
b. Bij brief van 8 mei 2002 heeft Daewoo het dealercontract met inachtneming van een opzegtermijn van 2 jaar beëindigd. Als redenen voor die opzegging heeft Daewoo [eiser] daarbij opgegeven:
“Hoewel uw verkoopresultaten tot en met 1999 bemoedigend waren en een stijgende lijn ver-toonden, is uw performance, in vergelijking tot die van uw collega-dealers, sindsdien sterk ge-daald. Eén en ander lijkt rechtstreeks verband te houden met uw algehele opstelling als verte-genwoordiger van ons merk. Deze is reeds geruime tijd dusdanig dat ons het vertrouwen, dat nodig is om onze relatie langdurig voor te zetten, inmiddels is komen te ontbreken. Uw geringe marketinginspanningen, lage klanttevredenheidsscore en kwaliteit van uw after sales activitei-ten onderstrepen zulks. Het voorafgaande heeft overigens onze indruk verstrekt dat ook u ster-ke twijfel heeft over het continueren van onze relatie.”
c. Door genoemde opzegging is het distributeurschap van [eiser] voor Daewoo per 31 mei 2004 geëindigd.
d. Bij brief van 24 december 2003 heeft [eiser] Daewoo verzocht per 1 juni 2004 te worden aangesteld als Erkend Daewoo Reparateur.
e. Bij brief van 7 januari 2004 heeft Daewoo (de raadsman van) [eiser] daarop onder meer het volgende geantwoord:
Per aangetekende brief van 8 mei 2002 deelden wij uw cliënte reeds mede dat “[...] ons ver-trouwen dat nodig is om onze relatie langdurig voort te zetten, inmiddels is komen te ontbre-ken”. Bovendien stelden wij destijds ook al vast dat de kwaliteit van uw cliëntes aftersales ac-tiviteiten benedenmaats was.
Onze zienswijze is sindsdien niet gewijzigd.
Weshalve kunnen wij de door [eiser] aangevraagde erkenning tot Erkend Daewoo Repara-teur niet honoreren.
Als gevolg van de opzegging zal het huidige contract van [eiser] per 1 juni a.s. expireren. Tot die tijd wordt uw cliënte, onder de voorwaarden en condities als genoemd in betreffende Daewoo-dealercontract en Gvo 1400/2002 in staat gesteld klantenservice aan (potentiële) Daewoo-rijders te verlenen.
f. Op 1 oktober 2003 is van kracht geworden de Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 31 juli 2002, betreffen-de de toepassing van artikel 81, lid 3, van het (EG-)Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoer-tuigensector (verder te noemen: Verordening 1400/2002).
g. Op grond van artikel 1, eerste lid, onder l, van Verordening 1400/2002 wordt on-der erkende hersteller (verder ook te noemen: reparateur) in de zin van de verorde-ning verstaan een verrichter van herstellings- en onderhoudsdiensten voor motor-voertuigen die actief is in het distributiestelsel dat door een leverancier van motor-voertuigen is opgezet.
h. Artikel 1, eerste lid, onder h, van Verordening 1400/2002 luidt:
h) “Kwalitatief selectief distributiestelsel”: een selectief distributiestelsel waarbij de leveran-cier voor de selectie van distributeurs of herstellers criteria gebruikt die uitsluitend van kwali-tatieve aard zijn, noodzakelijk zijn wegens de aard van het contractgoed of de contractdienst, eenvormig zijn neergelegd voor alle distributeurs of herstellers die lid van het distributiestelsel willen worden, niet discriminerend worden toegepast en het aantal distributeurs of herstellers niet rechtstreeks beperken.”
i. Artikel 3, eerste lid, van de Verordening 1400/2002, voor zover ten deze van be-lang, luidt:
1. Onverminderd het bepaalde in de leden 2,3,4,5,6 en 7 is de vrijstelling van toepassing op voorwaarde dat het marktaandeel van de leverancier op de relevante markt waarop hij nieuwe motorvoertuigen, reserveonderdelen voor motorvoertuigen of herstellings- en onderhoudsdien-sten verkoopt, niet meer dan 30% bedraagt.
(...)
Deze drempels zijn niet van toepassing op overeenkomsten ter invoering van kwalitatieve se-lectieve distributiestelsels.
j. In de Verklarende Brochure terzake Verordening 1400/02 staat voor zover ten de-ze van belang.
Vraag 72: Moet een leverancier van nieuwe motorvoertuigen een reparateur tot zijn netwerk van erkende reparateurs toelaten?
(…)
Als het marktaandeel van het netwerk van erkende reparateurs van het merk in kwestie boven de 30% uitkomt, geldt de verordening uitsluitend voor kwalitatieve selectieve distributie. Als de leverancier wil dat zijn distributieovereenkomst onder de verordening valt, kan hij dus al-leen maar kwalitatieve criteria voor zijn erkende reparateurs opstellen en moet hij alle repara-teurs die aan deze criteria voldoen, als erkende reparateurs toelaten, inclusief erkende dealers van wie de overeenkomsten zijn beëindigd maar die graag als erkende reparateurs willen ver-dergaan.
k. Artikel 3.1, onder g, van het door Daewoo met de door haar erkende reparateurs af te sluiten “Personenauto’s Erkend Reparateur Contract” luidt:
(g) “DAEWOO beëindigde eerder geen contract met de ERKEND REPARATEUR en/of de EIGENAAR VAN DE ERKEND REPARATEUR als DAEWOO DISTRIBUTEUR of ER-KEND REPARATEUR, noch enige andere contractuele relatie tussen de partijen waarbij het essentiële vertrouwen in de ERKEND REPARATEUR of de EIGENAAR VAN DE ERKEND REPARATEUR fundamenteel geschaad werd;”.