ECLI:NL:RBHAA:2004:AQ9890
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Weigering loondoorbetaling na ontslag op staande voet wegens ongewenst gedrag schoonmaker
De eiser, een schoonmaker in dienst van Succes Schoonmaak BV, werd op 12 mei 2004 op staande voet ontslagen wegens meerdere klachten over ongewenst en intimiderend gedrag naar vrouwelijke medewerkers van NedTrain, waar hij was tewerkgesteld.
Eiser betwistte de dringende reden voor ontslag en stelde dat de verklaringen onvoldoende concreet waren en dat het zonnebril-incident onvoldoende ernstig was. Hij ontkende de aantijgingen en voerde aan dat eerdere berispingen niet gerelateerd waren aan de bejegening van vrouwelijke collega’s.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaringen van meerdere vrouwelijke medewerkers voldoende concreet en ernstig waren en dat eiser onvoldoende had gedaan om deze te weerleggen. Het negatieve arbeidsverleden mocht meewegen. De rechter achtte het niet aannemelijk dat het ontslag in een bodemprocedure nietig zou worden verklaard.
Daarom werd de vordering tot loondoorbetaling vanaf de ontslagdatum geweigerd en werd eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het ontslag op staande voet werd als rechtsgeldig beoordeeld.
Uitkomst: De vordering tot loondoorbetaling na ontslag op staande voet wegens ongewenst gedrag wordt afgewezen.