ECLI:NL:RBHAA:2004:AQ4133
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Geen voortzetting huur na overlijden vader bij tijdelijke mantelzorg door kinderen
De rechtbank Haarlem oordeelde dat kinderen die de ouderlijke woning hadden verlaten en tijdelijk terugkeerden om hun zieke vader te verzorgen, geen recht hebben op voortzetting van de huurovereenkomst na zijn overlijden. De kinderen voerden aan dat zij hun hoofdverblijf hadden in de woning en een gemeenschappelijke huishouding met hun vader voerden, wat volgens artikel 7:268 lid 2 BW Pro recht op huurvoortzetting zou geven.
De rechtbank stelde vast dat de gemeenschappelijke huishouding slechts tijdelijk en van aflopende aard was, gericht op de laatste levensfase van de vader. Hierdoor kon deze niet als duurzaam worden aangemerkt zoals vereist door de wet. De vordering van de eisers werd daarom afgewezen.
Daarnaast werd opgemerkt dat Woonmij geen ontruimingsbevel had gevraagd, en dat de kantonrechter dit niet ambtshalve kon geven. Wel werd aangegeven dat bij een eventuele ontruimingsvordering waarschijnlijk een termijn van zes maanden zou worden toegekend. De eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst na overlijden van de vader wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.