ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9112
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering pensioenaffinanciering wegens exclusiviteit ontbindingsvergoeding
Eiser was sinds 1 mei 1988 in dienst bij Nuvo en de arbeidsovereenkomst werd op 16 november 2000 ontbonden met een vergoeding van €97.666,45 bruto toegekend aan eiser. Na beëindiging van het dienstverband stelde eiser dat Nuvo niet correct was overgegaan tot affinanciering van zijn pensioenrechten tot de ontbindingsdatum. Hij vorderde betaling van een bedrag van €45.951,00 netto aan de pensioenverzekeraar Zurich, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.
Nuvo betoogde dat de pensioenaffinanciering reeds was begrepen in de ontbindingsvergoeding, omdat de aanspraken voortvloeiden uit de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst en niet afzonderlijk konden worden gevorderd. De kantonrechter onderzocht of de pensioenschade aanspraken betrof die tijdens de dienstbetrekking waren ontstaan, betrekking hadden op de periode vóór beëindiging en niet samenhingen met de beëindiging zelf.
De rechter concludeerde dat de pensioenaffinancieringsverplichting pas ontstond bij beëindiging van het dienstverband en daarmee verband hield met de beëindiging. Bovendien had eiser zelf een voorziening getroffen met een koopsompolis uit de ontbindingsvergoeding. Daarom werd de vordering afgewezen en werd eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende pensioenaffinanciering wordt afgewezen omdat deze is inbegrepen in de ontbindingsvergoeding.