ECLI:NL:RBHAA:2004:AO7025
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Betaling advocaatkosten en beroepsfoutvordering na strafzaak met meineedveroordeling
De rechtbank Haarlem behandelde een civiele procedure waarin een advocaat betaling vorderde van een nota voor verleende strafrechtelijke bijstand aan een cliënt. De cliënt was in een andere zaak veroordeeld wegens meineed en vorderde in reconventie schadevergoeding wegens een vermeende beroepsfout van de advocaat.
Feitelijk stond vast dat de advocaat de cliënt bijstond in een strafzaak over handel in beschermde diersoorten en dat een factuur van circa €7.480,- was verzonden. Er was een afspraak dat bij vrijspraak de nota via een verzoekschrift ex art. 591a Sv zou worden gedeclareerd. De cliënt ontving een kostenvergoeding van de Staat van €6.078,- na vrijspraak, maar betwistte de hoogte van de nota en stelde dat de advocaat niet tot hoger beroep zou bijstaan.
De rechtbank oordeelde dat de advocaat recht had op betaling van een deel van de nota (€3.394,28) met wettelijke rente, maar wees de rest van de vordering af. De vordering van de cliënt wegens beroepsfout werd afgewezen omdat geen bewijs was dat de advocaat hem tot meineed had aangezet. Proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst gedeeltelijk de vordering van de advocaat toe en wijst de schadevordering van de cliënt af.