ECLI:NL:RBHAA:2004:AO4132
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige toewijzing gezag aan moeder na gezagsgeschil tussen ouders met internationale aspecten
Partijen, gehuwd in Turkije en later gescheiden, zijn betrokken bij een geschil over het gezag over hun minderjarige kind. De moeder woont sinds 2002 met het kind in Nederland en verzoekt het gezag exclusief aan haar toe te wijzen. De vader heeft eerder via een Turkse rechtbank het gezag toegewezen gekregen en dit in Nederland laten registreren.
De moeder betwist de bevoegdheid van de Turkse rechter omdat zij en het kind toen al in Nederland verbleven. De rechtbank oordeelt echter dat de Turkse rechter bevoegd was op het moment van het verzoek en dat de moeder dit niet tijdig heeft aangevochten. De rechtbank erkent het gezag van de vader op grond van de Turkse uitspraak.
Gezien de tegenstrijdige verklaringen en de stabiele situatie bij de moeder, wijst de rechtbank het voorlopige gezag toe aan de moeder en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te doen en advies uit te brengen over de definitieve gezagsverdeling.
Uitkomst: Het voorlopige gezag over de minderjarige wordt toegewezen aan de moeder, met een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de definitieve gezagsverdeling.