ECLI:NL:RBHAA:2004:AO3624
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.G. Kok
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank Haarlem voor voorlopige voogdij Schipholkinderen bevestigd
De rechtbank Haarlem heeft in deze zaak bevestigd dat zij bevoegd is om voorlopige voogdij te verlenen over zogenoemde 'Schipholkinderen', minderjarigen die op de luchthaven Schiphol verblijven terwijl hun ouders worden aangehouden. Dit oordeel sluit aan bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1961, dat in spoedeisende gevallen de rechter van de werkelijke verblijfplaats van het kind bevoegd stelt.
De procedure betrof een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om voorlopige voogdij toe te wijzen aan een voogdij-instelling, nadat de ouders van het kind op Schiphol waren aangehouden. De ouders voerden aan dat de rechtbank Zwolle bevoegd was vanwege de woonplaats van het kind, maar dit beroep op onbevoegdheid werd verworpen.
De rechtbank benadrukte het belang van een snelle en eenduidige procedure, waarbij de rechtbank Haarlem als enige aanspreekpunt fungeert, mede vanwege de praktische noodzaak van spoedvoorzieningen buiten kantooruren. Tevens werd gewezen op de toename van dergelijke gevallen door strengere controles op Schiphol.
De kinderrechter handhaafde de eerdere beschikking waarbij de voogdij-instelling met voorlopige voogdij werd belast, en wees erop dat de voogdij-instelling verantwoordelijk is voor het welzijn van het kind en in overleg met betrokkenen de meest geschikte opvanglocatie bepaalt.
Deze uitspraak biedt duidelijkheid over de bevoegdheid en procedurele aanpak bij voorlopige voogdij van minderjarigen die op Schiphol verblijven in bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank Haarlem is bevoegd en handhaaft de voorlopige voogdijbeschikking over de minderjarige Schipholkind.