ECLI:NL:RBHAA:2003:AI1183
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugvordering investeringen ex-echtgenoot in huurwoning ex-partner
Partijen waren van 1996 tot 2000 gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in oktober 2000 ontstond een nieuwe affectieve relatie, waarna de man bij de vrouw introk en investeringen deed in haar huurwoning, waaronder een CV-installatie, keuken, stoffering en elektra. De vrouw betaalde de vaste lasten. In maart 2001 beëindigden zij definitief hun relatie en de man vertrok.
De man vorderde terugbetaling van de investeringen, stellende dat hij onverschuldigd had betaald of dat sprake was van ongerechtvaardigde verrijking. De rechtbank oordeelde dat onverschuldigde betaling niet van toepassing was, omdat de vrouw niet de ontvanger was van alle betalingen en de man mede ten behoeve van zichzelf handelde.
Daarnaast was voor bepaalde investeringen geen verrijking van de vrouw, omdat deze zaken onderdeel waren van de huurwoning en eigendom van de verhuurder werden door natrekking. Voor andere betalingen, zoals aflossing van een schuld en stoffering, was de verrijking wel aanwezig, maar de man had een morele verplichting tot onderhoud en verzorging van zijn ex-partner en kinderen. De rechtbank achtte de gevolgen van de investeringen niet onaanvaardbaar en wees de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de man tot terugbetaling van investeringen af en compenseert de proceskosten.