ECLI:NL:RBHAA:2003:AF5067

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
18 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
195010
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.J. van der Valk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1629 BWArt. 7A:1630 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Goedkeuring huurovereenkomst winkelruimte met afwijkende opzeggingsbepaling afgewezen

Partijen, verhuurster Holding Schilder Volendam BV en huurster Kevin Shoes VOF, hebben een verzoek ingediend tot goedkeuring van een huurovereenkomst voor een winkelruimte in Volendam voor de duur van twee jaar zonder verlengingsoptie, maar met een opzegtermijn van een half jaar.

De kantonrechter heeft bedenkingen geuit over de opzegtermijn, omdat volgens de wet huurovereenkomsten voor maximaal twee jaar zonder opties van rechtswege eindigen en geen opzegging behoeven. De opzegtermijn is daarom verwarrend en strijdig met de wet.

De kantonrechter oordeelt dat partijen geacht worden een overeenkomst te hebben gesloten voor twee jaar zonder opties en dat zij na afloop van die termijn opnieuw afspraken moeten maken. De afwijkende artikelen 3.2 en 3.3 over de opzeggingsbepaling worden niet goedgekeurd.

De huurovereenkomst wordt goedgekeurd met uitzondering van deze artikelen. Partijen kunnen bij voortzetting na afloop van de termijn te maken krijgen met de wettelijke stilzwijgende verlenging van drie jaar.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt goedgekeurd met uitzondering van de opzeggingsbepalingen die strijdig zijn met de wet.

Uitspraak

R E C H T B A N K H A A R L E M
Sector Kanton
Locatie Zaanstad
Zaaknummer : 195010
Datum uitspraak : 18 februari 2003
Beschikking van de kantonrechter inzake:
Holding Schilder Volendam BV
te Volendam gemeente Edam-Volendam
Verhuurster
en
Kevin Shoes VOF
te Volendam gemeente Edam-Volendam
Huurster
Verloop van de procedure
Bij verzoekschrift van 30 januari 2003 hebben verhuurster en huurster een verzoek ingediend, strekkende tot goedkeuring van een van het wettelijk regime afwijkende huurovereenkomst met betrekking tot een winkelruimte in Volendam.
Het verzoek is gebaseerd op artikel 7A:1629 en 1630 BW
Bij brief van 5 februari 2003 heeft de kantonrechter aan verhuurster bedenkingen geuit en nadere inlichtingen gevraagd.
Die zijn verstrekt bij faxbrief, gedateerd 12 februari maar verzonden op 14 februari.
De inhoud van de stukken kan als hier ingelast en herhaald worden beschouwd.
Het verzoek en de achtergronden
Het verzoek komt erop neer dat partijen met elkaar een huurovereenkomst willen sluiten voor de duur van twee jaren zonder verlengingsoptie voor de ene of de andere partij, maar met een opzegtermijn van een half jaar.
Gevraagd naar de bedoeling van deze opzegtermijn heeft verhuurster meegedeeld dat huurster in verband met de huidige marktrisico's heeft gevraagd om een huur van niet langer dan twee jaren.
Verhuurster daarentegen wil graag tijdig op de hoogte zijn wat huurster na die twee jaren wil en geeft aan dat dan verlenging met vijf jaar plus vijf optiejaren wordt beoogd.
Beoordeling van het verzoek
De kantonrechter blijft ondanks de uitleg van mening dat het afwijkende huurcontract verwarrend is en dat de opzeggingsbepaling strijdig is met de wet.
Zonder toestemming van de kantonrechter zijn geldig huurovereenkomsten voor de duur van ten hoogste twee jaren zonder opties.
Dergelijke huurovereenkomsten behoeven echter niet te worden opgezegd, volgens de wet lopen ze van rechtswege af, dus iedere opzegtermijn is niet alleen verwarrend maar strijdig met de wet.
Er wordt in dit geval van uitgegaan dat partijen in dit geval beoogd hebben een overeenkomst te sluiten voor de duur van twee jaar, aangevangen op 15 februari 2003 en eindigende op 14 februari 2005, zonder vooraf afgesproken verdere opties.
Uiteraard is het zinvol dat de huurster tijdig voor 14 februari 2005 laat weten wat zij wil, maar als zij dat niet doet heeft het niet het rechtsgevolg dat zij dan na 14 februari 2005 is gebonden aan een bepaalde nieuwe termijn.
Een dergelijke termijn staat overigens ook niet in de aan de kantonrechter voorgelegde overeenkomst.
Weliswaar stelt de verhuurster dat zij dan van plan is om een contract voor 5 jaar plus 5 optiejaren aan te beiden, maar er staat niet in de overeenkomst wat er moet gebeuren als verhuurster dat niet doet of als huurster dan iets anders wil.
Kortom, wat de ene of de andere partij nu al voor die periode na 14 februari 2005 voor ogen staat, wordt in deze overeenkomst in het ongewisse gelaten.
Ik houd het er daarom op dat partijen nog tot 14 februari 2005 over de periode daarna kunnen afspreken wat ze dan willen, en als dat alsdan in strijd is met de wet moeten zij opnieuw toestemming vragen.
Wanneer partijen echter na 14 februari 2005 de huur stilzwijgend voortzetten en niet tijdig tevoren iets anders afspreken wordt de huur ingevolge de wet van rechtswege met drie jaren verlengd tot 14 februari 2008.
De strekking van deze overwegingen is dat partijen geacht worden voor twee jaar te hebben gecontracteerd zonder opties en dat het contract wordt goedgekeurd behalve de artikelen 3.2 en 3.3, waaraan partijen elkaar niet zullen houden.
B E S C H I K K I N G
De kantonrechter;
Keurt de voorgelegde huurovereenkomst tussen partijen goed, met uitzondering van de artikelen 3.2 en 3.3 van deze huurovereenkomst.
Aldus gegeven door mr J.J. van der Valk als kantonrechter, en op 18 februari 2003 in het openbaar uitgesproken en door kantonrechter en griffier ondertekend.
Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden na heden beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.