ECLI:NL:RBHAA:2002:AR4543
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing uitkering levensonderhoud en pensioenverevening na tweede huwelijk
De vrouw verzocht de rechtbank om echtscheiding, pensioenverevening en een uitkering tot levensonderhoud toe te wijzen. De man voerde verweer en stelde dat het tweede huwelijk louter formeel was gesloten vanwege zijn gezondheid en het recht op nabestaandenpensioen, zonder samenwoning of intentie tot een gemeenschappelijk leven.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk, ondanks de intenties van de man, wettelijke rechten en verplichtingen met zich meebrengt. De vrouw heeft recht op een uitkering tot levensonderhoud omdat de man zich onvoldoende had gerealiseerd dat het huwelijk meer gevolgen zou hebben dan alleen het pensioenrecht.
Verder werd de pensioenverevening toegewezen over de periode van het tweede huwelijk, aangezien de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding van toepassing is en geen uitsluiting op grond van redelijkheid en billijkheid is gebleken.
Het verzoek van de man om intrekking van de voorlopige voorzieningen werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. De rechtbank bepaalde dat de man maandelijks een bijdrage aan de vrouw moet betalen, met jaarlijkse indexering, en dat de vrouw recht heeft op de helft van het tijdens het tweede huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot echtscheiding toe en bepaalt dat de man een maandelijkse uitkering tot levensonderhoud betaalt en pensioenverevening toepast over het tweede huwelijk.