ECLI:NL:RBHAA:2002:AN7525
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing gezinsvoogd in ondertoezichtstelling
De minderjarige is onder toezicht gesteld door het Gerechtshof Amsterdam vanwege een acute, ernstige risicovolle situatie, waaronder seksueel misbruik door de stiefvader. De gezinsvoogdij-instelling gaf een schriftelijke aanwijzing aan de minderjarige om mee te werken aan een onderzoek door het FORA gericht op haar persoonlijkheidsontwikkeling. De minderjarige en haar moeder maakten bezwaar tegen deze aanwijzing, stellende dat er onvoldoende overleg was geweest en dat het onderzoek niet nodig is.
De kinderrechter overwoog dat de gezinsvoogd een zekere beleidsvrijheid heeft bij het geven van een schriftelijke aanwijzing en dat er voldoende contact en overleg is geweest met de betrokkenen. De gezinsvoogd heeft ook gehandeld binnen de kaders van behoorlijk bestuur en moest bepaalde stukken aan het FORA overleggen om het onderzoek mogelijk te maken.
Verder is geoordeeld dat het onderzoek noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de minderjarige en de veiligheid te waarborgen, vooral omdat hulpverlening door de betrokkenen wordt afgewezen. De kinderrechter benadrukte dat de schriftelijke aanwijzing niet in strijd is met enige rechtsregel en dat de ondertoezichtstelling onverminderd voortduurt.
Daarom werd het verzoek van de minderjarige en haar moeder om de schriftelijke aanwijzing te laten vervallen afgewezen en is de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.