ECLI:NL:RBHAA:2002:AN7522
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek omgangsregeling grootouders en tante met minderjarige
De zaak betreft een verzoek van grootouders en een tante tot vaststelling van een omgangsregeling met hun kleinkind/nichtje, een minderjarige. De moeder van het kind verzet zich tegen dit verzoek en betwist dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de verzoekers en de minderjarige, zoals vereist op grond van artikel 1:377f BW.
De rechtbank stelt vast dat de vader van de minderjarige is overleden en dat de omgangsregeling tussen vader en kind door de rechtbank was vastgesteld en meerdere malen gewijzigd. De verzoekers stellen dat zij een nauwe persoonlijke betrekking hebben opgebouwd, met name in de laatste levensfase van de vader, en dat zij een rol in het leven van de minderjarige wensen te behouden.
De rechtbank oordeelt echter dat het contact tussen verzoekers en minderjarige niet voldoet aan het vereiste van een nauwe persoonlijke betrekking. Het contact was voornamelijk wekelijks en ontstond pas intensiever vanaf het moment dat de vader ziek werd. Er is geen langdurige zorg of verantwoordelijkheid door de verzoekers aangetoond. Daarom verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
Desalniettemin benadrukt de rechtbank dat het in het belang van de persoonlijke ontwikkeling van de minderjarige is dat er contact blijft bestaan met de grootouders en tante, zodat de minderjarige haar afkomst kan leren kennen. De moeder wordt geadviseerd om in contact te treden met de verzoekers.
Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking met de minderjarige.